Nederland dagboek 20181124

Wasstraat

Door mijn werkzaamheden in het Twentse Enschede maak ik met de auto nu veel meer kilometers dan ooit te voren. Wekelijks rijd ik nu zo’n 750 kilometers. Mijn auto zou voor de eerst volgende grote onderhoudsbeurt pas in de eerste maanden van 2019 weer naar de garage moeten. Maar door de extra kilometers ben ik nu al door de opgegeven kilometerstand van 180000 heen. Ik maak een afspraak bij de dealer voor een onderhoudsbeurt volgens het onderhoudsschema, maar dat duurt toch bijna twee weken voor er een plaats vrij is. De auto is behoorlijk vuil, zowel van binnen als van buiten. Voor zo ver ik kan herinneren is het zeker een half jaar geleden dat ik de auto zelf in een doe het zelf wasbox heb schoon gespoten. Ook het interieur ligt vol met vuil en stof. Vuil dat naar binnen gelopen is, maar ook met de kruimels van snelle maaltijden onderweg. Even snel onderweg iets halen bij een pompstation en de kruimels nestelen zich in de passagiersstoel naast mij. Zo vies kan ik de auto niet afleveren bij de dealer. Het is kouder aan het worden door het jaargetijde en zelf weer gaan klungelen in de doe-het-zelf wasbox zie ik niet zitten. Het zelf wassen gaat altijd gehaast, doordat de tijd dat de reinigingsspuiten water geven op een muntje steeds korter lijkt te te worden, door een inflatie. De hoekjes en gaatje worden overgeslagen en een dag later zie ik aan de vegen pas waar ik met de spons toch niet voldoende gepoetst heb.

Daarom besluit ik voor deze keer toch maar een echte autowasstraat te bezoeken. In al die jaren dat ik een auto heb en dat is sinds 1992, heb ik dat nog nooit eerder gedaan. Bij een groot pompstation in de buurt staan grote reclameborden die je naar binnen lokken met een aanbieding voor een complete beurt van binnen en van buiten voor 25 euro. Vaak heb ik die borden gezien en nu rijd ik dan toch maar eens naar binnen. Ik had verwacht eerst bij een kassa te komen, maar de pijlen wijzen meteen naar de ingang van de wasstraat. Hier geen kassa, maar een mevrouw in overall en gewapend met een hogedrukspuit, die mij welkom heet. Geroutineerd doet ze een aanval met de spuit op mijn vieze RAV4. Dit is slechts de intake, begrijp ik. Als ze klaar denkt te zijn, ziet nog een dikke klodder vogelpoep die al weken op een van de achterdeuren zit. Ze springt met de spuit op de klodder af en blijkbaar verdwijnt de poep. Dan dirigeert ze me naar een tractorband. Ik weet niet precies hoe ik daarop moet manoeuvreren. Ik voel me onzeker, staat de auto zo goed op die band, moet de motor nu af of niet, moet de handrem er op, of juist niet?. De eerste wastunnel is slechts de voorwas. Ik word nu al verrast door al die borstels die met geweld op me af lijken te komen. Een dikke schuimlaag bedekt de voorruit en ik zie niets meer. Het is een donderend geraas en ik voel dat de auto op de band langzaam voortbewogen wordt. Als het geraas ophoudt en het zicht opklaart, vraag ik me af wat ik nu moet doen. Word ik verder opgeduwd, of moet ik nu zelf voorzichtig verder rijden? De dame in overall is nergens meer te zien. Dan rijd ik maar behoedzaam vooruit en zie een pijl die aangeeft dat ik een bocht naar rechts moet maken.

Er nadert een tweede wastunnel, maar ook een man met een draagbaar PIN-apparaat. Blijkbaar kan ik nu pas aangeven welke wasbehandeling ik wil hebben. Ik kies dus voor de volledige behandeling voor de buitenzijde en een poetsbeurt voor het interieur. Er ontstaat enige verwarring als ik daadwerkelijk moet afrekenen. Ik realiseer me dat mijn bankpas in mijn tas zit die achterin ligt. Ik probeer dat door het open raampje aan de man duidelijk te maken, maar het lijkt of hij mij niet begrijpt als ik uitstap. Uit de auto stappen in de wasstraat lijkt hier niet de bedoeling te zijn, maar het zal toch moeten om af te kunnen rekenen.

In de tweede tunnel krijg ik echt het idee dat ik in een pretpark attractie zit. Het uitzicht door de voorruit wordt steeds minder en de herrie om de wagen heen steeds meer. Door de schuimlaag zie ik dreigende rode borstels op me afkomen. Als die klaar zijn worden ze afgelost door zwabberende rode slierten. Het lijken op griezelige tentakels van een buitenaards beest in een science fiction film. Aan het eind van dit traject ben ik nog steeds onzeker wat te doen, er is geen aanwijzing of iemand die komt zeggen of gebaren wat te doen. Dan rijd ik maar rustig vooruit, waarheen? Die interieur behandeling moet toch ook nog? Door de nog natte voorruit zie ik een pijl die verwijst naar een volgende hal.

Na twee bochten kom ik in de interieur poets hal en het lijkt een compleet andere omgeving. Het is hier schoner, overzichtelijker en beter verlicht. Het is duidelijk dat ik nu wel moet uitstappen. De mannen die me opwachten vragen om mijn bon. Hoezo bon?. Heel vaag kon ik me herinneren dat ik na het afrekenen wat bonnetjes gekregen had, die ik achteloos en verfrommeld in een jaszak gestopt had. Ik zoek in mij jaszak en vind daar wat proppen papier. Na het uitrafelen pakt de man een van de bonnen uit mijn hand, dit had hij blijkbaar nodig. Het lijkt of het hier moeilijk communiceren is, komt dat door de herrie van de machines in deze hal?. Dan pas dringt het tot me door dat deze man alleen Engels spreekt. Hij gebaart me de deuren open te laten en de spiegels weer uit te klappen. De autosleutel moet ik bij me houden. Haast onmerkbaar is de auto op een langzaam lopende band terecht gekomen. Aan de rechterzijde is een stilstaand looppad dat uitkomt bij een oranje zitbank en een koffiemachine. Voor het bekertje koffie dat ik uit de machine haal is er te weinig tijd om een goede beoordeling van de koffie te geven. Geboeid kijk ik naar de bewegende band met een aantal in behandeling zijnde auto’s er op. Een legertje mannen en vrouwen in overalls valt er op aan met stofzuigers, mattenkloppers, poetsdoeken en spuitbussen. Langzaam zie ik mijn RAV4 naderbij komen. Ik begin me af te vragen op welk moment ik weer in moet stappen. Als je te lang wacht met instappen lijkt de auto via de band te zullen verdwijnen tussen de laatste met haren beklede rollers. Als mijn wagen ter hoogte van de koffiemachine is, ga ik er op af en vraag aan de man, met drie spuitflacons aan zijn riem, of ik al in moet stappen. Ook deze medewerker begrijpt mij niet. Als ik het in het Engels probeer gaat het beter, maar dan nog blijft de communicatie onduidelijk.

Als ik in mijn auto gezeten, door de laatste rollers heen geweest ben sta ik voor een gesloten glazen deur. Ik hoop dat die vanzelf open zal gaan. Na vervelend lange wachttijd schuift die deur omhoog en ik kan naar buiten rijden. Op het pleintje voor de wasstraat, bij de galerij van doe-het-zelf stofzuigers, parkeer ik even. Van alle sensaties van het afgelopen half uur moet ik even tot rust komen en vooral alle spiegels weer goed zetten. Pas dan ga ik op weg naar huis. Op het pleintje van de stofzuigers merk ik dat ik tegen de verplichte rijrichting in rijd. Voor mij staat een rood bord met een witte streep. Even overweeg ik nog dit gebod te negeren. Met twee keer achteruit steken lukt het om te keren en in de juiste richting en de pijlen volgend het terrein van de autowasstraat te verlaten. De autowasstraat, je moet er een keer geweest zijn. Op een afstand gezien is de auto flink schoner geworden. Maar als je goed van dichtbij kijkt dan zie ik nog hoekjes die vergeten zijn en waar het stof en vuil van een jaar nog steeds zit.


<< vorige                                                                                              volgende >>

Comments are closed