Nederland dagboek 20190709

Havana - Museo de la Revolucion - Jose MartiNiet naar Mexico, dan maar Cuba

Naar Mexico zou ik gaan, dat was ik al een jaar geleden van plan. Eerst dacht ik er over om een tijdje op eigen gelegenheid door een deel van Mexico te gaan reizen. Misschien met een huurauto, misschien met het openbaar vervoer. Niet drie weken, maar drie maanden. Zo lang in een hotel is wel duur, misschien dan goedkoop in een hostel? Daarom heb ik vorig jaar twee keer een week in Spanje in een hostel overnacht. Het was niet wat ik er van verwachtte. Ik stelde de plannen bij, eerst maar eenvoudig een georganiseerde rondreis van drie weken. Gewoon om eerst maar eens aan het land te wennen en te onderzoeken of ik er langer dan drie weken zou willen verblijven. In januari van het jaar 2019 de reis geboekt, vierentwintig dagen door Mexico en Guatemala. Het was ergens in juni van dat zelfde jaar toen duidelijk werd dat die reis niet door ging. De reisorganisatie had te weinig deelnemers voor de reis met de vertrekdatum van 11 juli. In mijn agenda stonden deze weken al gereserveerd. In het voorgaande jaar een cursus Spaans gedaan, dus er helemaal op voorbereid. Er kwam een lijst met alternatieven, uitstellen, andere datum, geld terug of een andere reis in de zelfde periode. Met al die Spaanse bagage zou het raar zijn om naar een niet Spaanstalig land te gaan. Het meest voor de hand liggende alternatief was een reis van drie weken naar Cuba. Maar daar was ik al geweest, precies veertien jaar geleden. De reisroute is in principe het zelfde, langs de zelfde steden. Is dat een bezwaar? Nee, niet. Iedere reis die je maakt is weer anders, de details zijn anders en het is veertien jaar later. Een goede gelegenheid om te zien of Cuba er economisch op vooruit gegaan is. Dus weer naar Cuba.

La Habana
In de bus begint het al: ‘accepteer dingen zoals ze zijn, het is Cuba, vraag niet waarom, het is gewoon zo”. Zo ongeveer begint het verhaal van de lokale gids die ons groepje van negentien reizigers in de bus vanaf de luchthaven naar het hotel toespreekt. Bij de eerste kennismaking dacht ik dat hij Nederlands sprak, want zijn begroeting was in goed Nederlands. Al snel ging hij over in het Engels, perfect Engels in dit geval, want hij heeft op de universiteit Engels gestudeerd. “Noem mij maar Abel”, zegt hij. Daarna is hij in het toerisme gaan werken en nu zit hij al achttien jaar in het vak en werkt voor het Staatsbedrijf EcoTur. We zullen de komende dagen nog veel van hem leren, een paar woorden Spaans en vooral: “Go with the flow, do what you can today, don’t postpone it until tomorrow. Tomorrow it may not be possible.” Met deze wijze woorden komen we bij avond aan bij het eerste hotel in Havana, of La Habana, gelegen aan El Malecon. Een boulevard van enkele kilometers lang, steeds met uitzicht op zee en met druk verkeer. Het hotel is een blauwe toren van veertien etages. De lobby is glanzend, ruim en helder en heeft alles wat je zou verwachten, een bar, gemakkelijke stoelen en zachte banken. De portier doet de buitendeur voor de gasten open. Bij het trappenhuis begint de aftakeling al. In een hoek onder het trappenhuis is men ooit begonnen met het bouwen van een vijver met een fontein. Misschien wel bedoeld voor goudvissen en met ruimte voor planten. Het staat droog en het lijkt nooit afgemaakt te zijn, waarschijnlijk zal het nooit afgemaakt worden. De natuurstenen zijn nu al het afbrokkelen en het beton is aan het rotten. Er vlakbij hangt een bordje met de naam van het hotel en er onder vier gouden sterren. Ik twijfel er aan of dit hotel wel vier sterren waardig is.

Mijn kamer is voldoende goed, maar niet al te schoon en niet alles werkt. Het licht in de badkamer kan niet uit, de schakelaar is niet te vinden of ontbreekt. Geen probleem, ik doe ‘s nachts de deur van de badkamer dicht. Er is een lift in het hotel, dat wil zeggen er is maar een eentje en dan nog heel langzaam. Daarnaast zit er nog een tweede liftkoker, maar die lift is nooit afgebouwd. Die liftdeuropeningen zijn met houten platen dichtgemaakt. Er is een trap, maar die uiterst smal. Het is beter om er niet aan te denken wat er zou gebeuren als er in dit veertien etages hoge hotel brand zou uitbreken. De ene lift is uiterst langzaam, er passen maar vijf mensen in en bij een calamiteit zou het trappenhuis nooit een massa mensen kunnen verwerken.  Deze eerste nacht slaap ik onrustig, niet door een angst voor brandgevaar, maar wel door het verstoorde tijdritme en de herrie van de verkeersdrukte buiten van de Malecon.

Zo begint het verhaal dat ik bezig ben te schrijven over de reis naar Cuba. Bij thuiskomst had ik een heel bloknote vol met aantekeningen. Dezer dagen ben ik bezig dat uit te werken en er een leesbaar verhaal van te maken. Daarnaast kwam ik ook terug met zo’n 1100 foto’s. Ook al die foto’s moeten bekeken, geselecteerd en bewerkt worden. Een karwei van nog vele weken.


<– vorige                                                                               volgende –>

Comments are closed