Nederland dagboek 20210307

Ziek van de kou


Na een paar zeer fraaie dagen, waarbij het leek alsof de lente al was aangebroken, werden we afgelopen week overvallen door een paar zeer koude dagen. De afdekfoelie waarmee ik mijn autoruit afscherm als er ’s nachts vorst verwacht wordt, had ik al weer in de schuur opgeborgen. Ondanks de corona maatregelen gaat mijn hardlooptraining driemaal in de week nog gewoon door. Wel met een paar aanpassingen. De trainer blijft op een afstand en stuurt het programma per e-mail naar zijn lopers. Tijdens de training blijft hij buiten de baan, of op de tribune, om geen last te krijgen met lastige toezichthouders. Afgelopen vrijdag was het dus weer één van die vreselijk koude dagen, waarbij de gevoelstemperatuur onder de nul lag. Dit had ik al gezien in de weersvoorspelling, dus me wel daarop aangepast met de kleding. Vier lagen en handschoenen zouden toch wel genoeg moeten zijn? Vanwege de avondklok maatregelen zijn de trainingstijden iets aangepast. We beginnen nu een half uur eerder dan normaal, dus nu om half zeven en om acht uur moeten we echt gaan afronden, ook al is het programma volgens het schema nog niet afgewerkt. Wat dan nog rest is uitlopen, rekken en dan kan iedereen om negen uur, voor de avondklok, thuis zijn.
Deze vrijdag stond er als hoofdprogramma op het schema negen maal een 600 meter, met 200 meter rust daartussen. Tijdens het voorprogramma had ik het al geweldig koud, ondanks de vier lagen kleding. Ook dat ik een paar dagen ervoor na de kapper geweest was, maakte dat ik een heel bos haar miste. Direct voelde dat al koud aan op mijn hoofd. Nee, een muts had ik niet meegenomen. Misschien was dat wel beter geweest. Door de koude kreeg ik verkrampte vingers en voelde me ellendig. Het inloopprogramma kon me niet voldoende opwarmen om de vrieskoude machtig te worden. Tijdens het eerste loopnummer van het programma, de eerste 600 meter, voelde ik me duizelig worden, licht in het hoofd en misselijk. Dit wordt verder vanavond niets meer, dacht ik en heb me afgemeld bij de trainer. Enigszins beroerd voelend, heb ik m’n auto opgezocht. Eerst heb ik de motor en verwarming aangezet en ben tien minuten blijven zitten zonder weg te rijden. Pas toen voelde ik me enigszins in staat om te rijden. Vervolgens ben ik uiterst rustig en behoedzaam naar huis gereden. Eenmaal thuis heb ik warme thee gemaakt en ben vrij direct gaan slapen. De volgende morgen lees in het nieuws dat het een van de koudste avonden en nachten sinds tijden is geweest.

Dat ziek worden van de koude heb ik altijd al gehad. Ik herinner mij koude winterdagen dat ik ziek en beroerd van de koude aankwam op school. Toen ik op de MAVO zat moest ik eerst een stuk met de bus en daarna nog een kwartier lopen. Er waren winterochtenden dat ik versteend en verkrampt op school aankwam en dan voor het begin van het eerste lesuur eerst een poosje ging zitten opwarmen bij de grote zwarte oliekachel die in een nis in ieder lokaal stond. Pas na een kwartiertje opwarmen trok de duizeligheid weg en kwam ik weer tot leven. Datzelfde gevoel ervoer ik afgelopen dinsdag weer.

Tot slot wil ik dit verhaal beëindigen met een lied van de Beatles. Het nummer “When I’m sixty-four” vond ik altijd al één van de mooiste nummers van de Beatles en nu helemaal omdat ik sinds vandaag die mijlpaal ook bereikt heb. Hoewel de eerste regel van de tekst (“When I get older losing my hair”) voor mij nog niet van toepassing is.

The Beatles – When I’m sixty-four

When I get older losing my hair. Many years from now. Will you still be sending me a Valentine. Birthday greetings bottle of wine.
If I’d been out till quarter to three. Would you lock the door. Will you still need me, will you still feed me. When I’m sixty-four

Bron: LyricFind
Songwriters: John Lennon / Paul McCartney
Songteksten voor When I’m Sixty-Four © Sony/ATV Music Publishing LLC

<< vorige . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . volgende >>

Reacties zijn gesloten.