Suriname dagboek 30042015

Boodschappen  

Wandelen is niet de favoriete bezigheid van de meeste Surinamers.  Gisteren zat ik met mijn baas in de auto en volgens hem zijn de Surinaamse vrouwen lui en daarom zijn ze veel te dik. Overgewicht is hier een veel voorkomende kwaal. Op de achterbank zat een aspirant medewerker, afkomstig uit Ethiopië. Hoe zien de Ethiopische vrouwen er dan uit, vroegen we. Nou vooral slank en snel. Ik memoreer een keer dat ik in de bus zit. De Surinaamse stadsbussen zijn klein en smal. Aan de rechterkant is er een rij bankjes voor twee personen, maar die moeten niet te breed zijn. Aan de linkerkant is een rij enkele stoeltjes. In het smalle middenpad kunnen er stoeltjes uitgeklapt worden. Het zijn zittingen die met enkele boutjes vast zitten. Bij een stop komt er een volle Surinaamse vrouw binnen, uitbundig uitgedost in kleurrijke kleding. Ze komt met moeite door de smalle deur de bus binnen. Alle bankjes en stoelen zijn bezet. Ze moet echt op een zitbankje in het middenpad. De dame is te breed voor het middenpad, maar dwars naar achteren schuifelend past het net. De chauffeur wacht geduldig. De hele bus kijkt gespannen toe hoe de forse vrouw het fragiele bankje omlaag klapt. Ook de chauffeur kijkt in zijn spiegel hoe dit afloopt. Centimeter voor centimeter laat de vrouw zich op de zitting zakken. Iedereen verwacht een flink gekraak en houdt de adem in. Helaas, of gelukkig, houdt het bankje het. De chauffeur trekt vooral voorzichtig op.
Wandelen door Paramaribo valt niet mee. In het centrum is het trottoir een slachtveld van gaten, opstapjes, hoge stoepranden, diepe kuilen met of zonder regenwater, grind, zand en gladde tegels. De gemiddelde Surinaamse vrouw baant zich uiterst langzaam een weg over deze obstakels. Vaak twee aan twee met aan beide kanten boodschappentassen. Als ik daar achter loop en ik kan niet passeren, haal ik diep adem en ik herhaal in gedachte de mantra: “kalm, relax, je bent in Suriname”.
Paramaribo - Wijk Flora - wegenIn de buitenwijken wordt je niet geacht je te voet te verplaatsen. Er zijn geen stoepen of trottoirs, er is alleen een modderige grasberm langs de asfaltweg. Als ik zo in mijn buurt loop om boodschappen te doen, word ik door de automobilisten als een hinderlijk obstakel gezien. Ze verwachten blijkbaar dat ik door het zand en modder langs de weg ga lopen. Zolang mogelijk kies ik voor het randje van de asfaltweg, om dan alsnog opzij te springen als een auto mij te dichtbij dreigt te passeren. Nee, lopen en lopers zijn niet favoriet in Paramaribo. Iedereen die zich een auto kan veroorloven heeft een auto. Het maakt niet uit hoe het voertuig er uitziet, als het maar rijdt. Meer dan de helft van de bevolking heeft een auto en dat zorgt iedere ochtend voor flinke files in de binnenstad. Fietsers zijn helemaal zeldzaam en dat fietsen wordt ontraden als je niet gewend bent aan het links rijdende verkeer. Vorige week tijdens lunchtijd liep ik naar een eethuisje in de buurt om daar een warme maaltijd te halen. Een wandeling van net vijf minuten. Daar tref ik een medewerkster van de omroep. “Meneer Piet, bent u helemaal komen lopen?”, vraagt ze. Ze pakt haar afhaalmaaltijd en ze stapt in haar auto.

[Geschreven in ‘The Coffee Corner’, tijdens twee dubbele espresso’s en een stuk fiyadu-taart]

<< vorige                                                                                        volgende >>

Comments are closed